De kunst van het stoppen

 

In het sociaal domein willen we helpen.  
 
We willen ingrijpen als het schuurt. Dan komen we in beweging.   
We organiseren ondersteuning, schakelen expertise in en bouwen systemen die ervoor moeten zorgen dat het beter gaat.  
 
Dat is logisch.  
Want zeker als het om kinderen en opvoeden gaat, wil je niet afwachten.  
 
En starten lukt meestal goed. Het voelt nodig, passend en vaak geruststellend. 
 
Maar wat veel minder aandacht krijgt, is wat er daarna gebeurt.  
Er ontstaat iets wat we nauwelijks doorhebben. 
 
We zijn een systeem gaan bouwen dat steeds sneller ondersteunt. 
Steeds eerder ingrijpt.  
Steeds vaker overneemt.  
 
Alsof we een infuus hebben aangelegd.  

 

Waar het begint te wringen

Veel ondersteuning komt op het juiste moment.  
 
Iemand heeft hulp nodig, iets loopt vast en door in te grijpen komen we weer verder.  
 
Alleen wordt daarna bijna nooit de vraag gesteld: wanneer is het genoeg?  
 
In de praktijk loopt ondersteuning door. Wat tijdelijk bedoeld was, blijft bestaan.  
 
Soms omdat het nog niet “helemaal goed” voelt.  
Soms omdat afbouwen spanning oproept.  
En soms simpelweg omdat er geen duidelijk moment is waarop iemand zegt: nu nemen we een stap terug.  
 
Zo groeit iets dat ooit als helpend begon, langzaam door.  
Want stoppen blijkt vaak ingewikkeld. 

 

Meer is niet altijd beter

Kijk je naar de ontwikkeling van de afgelopen jaren zie je groei in aantallen. Bijvoorbeeld in de jeugdzorg: 
 
In de jeugdzorg steeg het aantal banen van 31.000 naar 36.100 (+16%). 
En het aantal zelfstandigen in de jeugdzorg verviervoudigde van 1.000 naar 4.000 in tien jaar tijd (+300%). 
 
We zijn dus meer gaan doen. 
Meer mensen. Meer ondersteuning. Meer interventies.  
 
Tegelijkertijd neemt de druk niet af. De vraag blijft groeien.  
 
Dat lijkt geen toeval. 
Want als ondersteuning continu aanwezig is, leren mensen zich aan om steeds minder zelf te doen. 

 

Wat er onderweg verandert

Dit is dan ook de kern van het probleem.  
 
Er gebeurt niet te weinig.  
Maar we zijn iets fundamenteels aan het afleren.  
Namelijk het vermogen om zelf te handelen. 
 
En dan verandert er iets.  
Mensen raken gewend aan hulp.  
Professionals voelen minder ruimte om zelf te wegen en te begrenzen.  
Organisaties blijven uitbreiden om maar te kunnen voldoen aan wat ze zelf hebben opgebouwd.  
 
Het gaat hier niet om te veel of zinloos werk.  
Het gaat om een beweging die bijna vanzelf ontstaat als we niet bewust stilstaan bij het moment van afbouwen.  

 

De moeilijkheid van stoppen

Het is heel logisch dat stoppen niet vanzelf gaat.  
 
Starten voelt vaak goed.  
Je doet iets. Je helpt. Je voorkomt dat het erger wordt. 
 
Stoppen voelt anders.  
Het roept twijfel op. Doe je niet te weinig? Laat je iemand niet vallen? Is het al wel stevig genoeg? 
 
Juist die twijfel zorgt ervoor dat we maar door blijven gaan.  
Omdat stoppen moeilijker is dan starten.  

 

De echte prijs van door blijven gaan

De gevolgen zie je niet alleen terug in geld. 
 
Je ziet het in gedrag. In hoe mensen handelen. 
 
In afhankelijkheid die langzaam normaal wordt.  
In situaties die sneller escaleren omdat mensen minder zelf oplossen.  
In professionals die steeds vaker nodig zijn voor dingen die eerst gewoon gebeurden.  
 
En in een systeem dat blijft groeien om de gevolgen van zijn eigen werking op te vangen. 

 

De vraag die vaker gesteld moet worden

Daar zit de kern.  
 
Helpen blijft essentieel.  
Maar tijdens het helpen moeten we blijven kijken wat het effect is.  
 
Maakt dit iemand sterker? 
Of nemen we iets over dat iemand (weer) zelf zou kunnen dragen? 

 

Waar begint de beweging?

Als je dit wilt veranderen, begint dat niet bij grote systeemwijzigingen.  
Het begint in kleine momenten. 
 
Het moment vóórdat je handelt.  
Het moment waarop je twijfelt of iets nog nodig is. 
 
Voor gemeenten betekent dit: 
Niet alleen organiseren, maar ook durven begrenzen. 
 
Voor professionals: 
Neem de ruimte om eerst zelf te duiden. 
 
Voor opvoeders: 
Blijf zelf handelen, ook als het niet helemaal zeker voelt. 
 
Niet alles hoeft overgenomen te worden om goed genoeg te zijn.  

 

van blijven toevoegen naar leren afbouwen

Er ontbreekt vaak een manier om bewust af te bouwen.  
 
Dat moeten we samen gaan onderzoeken en ondervinden.  
Zo kom je erachter wat ooit helpend was, wat inmiddels een gewoonte is geworden en wat misschien niet meer nodig is.  

 

Stoppen als manier van werken

Dat is precies waar de STOP challenge over gaat.  
 
In 8 weken onderzoek je met een klein team (max. 8 mensen) je eigen praktijk.  
Met mensen uit beleid, uitvoering en waar passend management.  
 
De centrale vraag daarin is simpel, maar raakt de kern: 
Wat doen we eigenlijk nog, zonder dat iemand daar vandaag opnieuw voor zou kiezen? 
 
Van daaruit maak je keuzes.  
Onderbouwde en bewuste keuzes. 
 
Zodat afbouwen niet als een risico voelt, maar onderdeel wordt van hoe je werkt.  

MELD JE AAN VOOR DE Nieuwsbrief

Altijd op de hoogte

Wil je niets missen van de laatste ontwikkelingen bij Pedagogisch Perspectief? Meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief en krijg inspiratie rechtstreeks in je inbox.

 

In onze nieuwsbrief vind je:

👉 Verhalen die laten zien dat opvoeden niet in Excel past, maar in echte ontmoetingen

👉 Tools & mini-challenges om direct mee te experimenteren in jouw praktijk

👉 Pedagogische klassiekers afgestoft en vertaald naar vandaag

👉 Producten & programma’s die geen blauwdruk opleggen, maar energie en beweging brengen